Het Arabisch paard

De karaktereigenschappen van het Arabisch volbloedpaard, dat we een bekroning kunnen noemen van het “huisdierensoort PAARD”, kunnen het best begrepen en omschreven worden wanneer we terugkeren naar de bron nl. het paard bij de bedoeïenen

Karaktereigenschappen

De karaktereigenschappen van het Arabisch volbloedpaard, dat we een bekroning kunnen noemen van het “huisdierensoort PAARD”, kunnen het best begrepen en omschreven worden wanneer we terugkeren naar de bron nl.  het paard bij de bedoeïenen :

De paarden bleven meestal in de buurt van de tenten.  De merrie met haar veulen zocht vooral de nabijheid van de mens.  Zo maakten de paarden deel uit van de familie en samen deelden ze de moeilijke leefomstandigheden in de woestijn.  De aangeboren sociale gedragshouding, de instinctieve drang naar samenhorigheid maakten dit nauwe contact tussen paard en mens mogelijk.  Weliswaar kon het paard enkel aan de levenswijze van de mens deelnemen mits de mens zich ook “paardvriendelijk” gedroeg.  Dit is juist zo bijzonder aan de bedoeïenen in hun eeuwenlange omgang met paarden, die van kindsbeen leefden met hun paarden.
Algemeen bekend en veelvuldig beschreven zijn het goedaardige temperament en het beminnelijk en zachtmoedig karakter van het Arabisch volbloedpaard.  Dit komt tot uiting in zijn genegenheid voor de mens, gepaard gaande met een bijzonder goed leervermogen en hoge prestatiebereidheid.
Andere positieve eigenschappen als verdraagzaamheid, gehoorzaamheid tegenover bekenden, onverschrokkenheid, moed en reactiesnelheid worden ten zeerste gewaardeerd.

De uitzonderlijke karakterstructuur van het Arabisch volbloedpaard, die duidelijk reeds tot uiting kwam in de woestijn, maken van dit paard HET VEELZIJDIG FAMILIEPAARD BIJ UITSTEK.

EXTERIEURKENMERKEN VAN HET ARABISCH VOLBLOEDPAARD

Zoals reeds vermeld zijn er bij het Arabisch volbloedpaard verschillende types, stammen, lijnen, fokrichtingen tot ontwikkeling gekomen. Nadat deze paarden vooral vanaf de 19de eeuw meer en meer werden geëxporteerd uit de landen van oorsprong, werden er zogenaamde “fokrichtingen” gecreëerd. Zo zijn er, wat men noemt, de Poolse, Egyptische, Russische, Spaanse, Marbach, Crabbetlijnen of fokrichtingen…
Aan al deze lijnen worden bepaalde kenmerken toegeschreven, alhoewel ze praktisch alle uit dezelfde voorouders werden gefokt. Doch allerlei invloeden (gebruik van het paard – smaak – modeverschijnselen – voeding …) maken dat de verschillende fokrichtingen andere kenmerken tot ontwikkeling trachten te brengen. Uiteraard zijn dit geen spectaculaire verschilpunten: soms gaat het om algemene karaktereigenschappen of meer uitgesproken exterieurkenmerken.

Ondanks al deze verschillende types, fokrichtingen… wordt er algemeen aangenomen dat er een “Arabisch standaardtype” (=ideaalbeeld) bestaat dat een identiteit geeft aan het ras. Indien een paard sterk voldoet aan de kenmerken die in de standaard staan beschreven dan wordt gesproken van een paard “met veel type”. Indien dit niet het geval is, zegt men dat het paard “weinig type” heeft. De meest opvallende karakteristieken van het Arabisch volbloedpaard zijn :

– HOOFD: het hoofd van het Arabisch volbloedpaard vertoont de meest karakteristieke raskenmerken. Het hoofd is kort en wigvormig. Het voorhoofd moet enigszins bol zijn tussen de ogen; dit wordt duidelijk wanneer men het paard in profiel bekijkt: men ziet het voorhoofd in een bolle, gebogen lijn lopen tot op éénderde van het neusbeen en doorlopen in een holle lijn.
Naarmate het paard ouder wordt zijn de beenderstructuren meer zichtbaar: het hoofd wordt “droger”.
De onderkaaksbeenderen zijn opvallend groot en rond. De beide kaakhelften wijken achteraan, waar de luchtpijp is, veel sterker uiteen dan bij andere paardenrassen. De luchtpijp heeft hierdoor een grotere diameter hetgeen het in- en uitademen vergemakkelijkt waardoor betere prestaties mogelijk zijn.
De neusgaten liggen iets hoger; de neusvleugels eindigen niet naast maar op de rug van de neus. In actie of bij opwinding staan de neusgaten wijd open en krijgt het hoofd, ook door de grote ogen, een bijzonder fraaie expressie.

De oren staan dicht bij elkaar, zijn fijn gesneden en vaak is de spits naar binnen gekruld.

De ogen zijn groot en vol uitdrukking; ze bevinden zich eerder laag in het hoofd en staan ver uit elkaar (breed voorhoofd).

– HALS-SCHOUDER: De overgang van de hals naar het hoofd dient via een sierlijk gebogen bovenstuk van de nek, gevolgd door een klein recht stukje (hetgeen een sierlijke, vrije keelgang toelaat), plaats te vinden. De lengte van de hals varieert sterk maar ontspringt boven uit de borst. Bij opwinding wordt de hals zeer hoog gedragen.
De schouder is lang en dient schuin naar achter gelegen te zijn.

– ROMP: De rug is kort en sterk; de lendenen zijn kort en breed. Rug en lendenen moeten goed bespierd zijn. In plaats van de bij andere rassen gebruikelijke 8 tot 10 ribbenparen heeft het Arabisch volbloedpaard er slechts 7. In plaats van 6 lendenwervels zijn er meestal maar 5 aanwezig en in regel slechts 16 in plaats van 18 staartwervels.
De schoft is goed ontwikkeld en heeft voldoende lengte. Het kruis is lang (afstand heupknobbel tot zitbeenknob-bel) en breed.
De bovenlijn van het kruis (het heiligbeen), loopt bijna horizontaal zodat de staart hoog aangezet is en in het ver-lengde van de rug ligt. Zeer karakteristiek is de staartdracht van de Arabische volbloed bij opwinding: de staart wordt dan recht omhoog gestoken of zelfs geheel over het kruis gedrapeerd.

– BENEN : De benen zijn bij het Arabisch volbloedpaard een sterk punt; dit komt het best tot uiting in uithoudingsproeven.
De benen zijn zeer rank: de omtrek van het pijpbeen is gering maar de bouw ervan is uitermate compact en solide en de pezen worden met staal vergeleken. De hoeven zijn hard en rond.

– HUID EN HAAR: Het Arabisch Volbloedpaard heeft een zeer dunne huid met een bijzonder fijne, zijdezachte beharing. Het haarkleed vertoont een metaalachtige glans.
Het haarkleed is veel dichter en het haar is korter dan bij andere rassen. Ook staart en manen zijn fijn zijdeachtig.

– KLEUR: De kleuren zijn vos, bruin en zwart. Zwart is echter zeer zeldzaam. Vossen variëren van licht naar donker, ook de manen. Dit is ook zo bij de bruine paarden.
Nog niet vernoemd zijn de schimmels: schimmel (grijs) is in feite geen kleur maar een wijzigingsfactor en is een vergrijzing van de basiskleur. Schimmels (grijze) worden geboren als vos, bruin of zwart en worden geleidelijk grijs (wit).
Veel witte aftekeningen aan het hoofd en de benen (vb. tot boven de voorknie) worden niet gewaardeerd.

– SCHOFTHOOGTE: De gemiddelde schofthoogte is 1m50. Groter of kleiner is geen bezwaar. Bij selectief fokken voor grote maat bestaat het gevaar dat het “type” verloren gaat.

Aansluitend bij deze exterieurkenmerken dient er gesteld te worden dat het Arabisch Volbloedpaard over enkele fysiologische bijzonderheden beschikt, waarvoor dit paard nog meer waardering geniet:

– een goede spijsvertering
– soberheid bij het eten
– een groot uithoudingsvermogen
– een snel recuperatievermogen na grote inspanningen
– een hoge vruchtbaarheidsgraad
– een lange fok- en gebruiksduur

In vergelijking met andere paardenrassen is het Arabisch volbloedpaard op latere leeftijd volwassen, maar tegelijkertijd ligt de gemiddelde levensduur hoger.

Andere aspecten, als het maximale gebruik van de zintuigen, zijn frappant:

– een grote gezichtssterkte bij schemering
– door de plaatsing van de ogen in de schedel beschikt het paard over een groot gezichtsveld
– een goede reukzin voor (verborgen of verwijderde) drinkplaatsen
– de aanpassing aan de verscheidenheid in verzorgingswijzen door de mensen
– een uitgesproken vermogen om de weg naar huis te vinden
– een voorzichtige beheersing bij onzekere bodemgesteldheid

ALGEMENE RASKENMERKEN VAN HET ARABISCH VOLBLOEDPAARD

Het Arabisch volbloedpaard is, zoals de naam laat vermoeden, afkomstig van het Arabisch schiereiland en is het oudste raszuiver gefokt paard ter wereld.

Een Arabisch volbloedpaard is een paardenras uit onvermengde, zuivere bloedlijnen die alle hun oorsprong vinden bij de bedoeïnen in de woestijn op het Arabisch schiereiland.

Er is geen enkel ander paardenras dat zo internationaal gefokt wordt als het Arabisch volbloedpaard. Reeds lang zijn er meer Arabische paarden buiten dan binnen het oorspronkelijk Arabisch gebied.

Om voor alle landen dezelfde registratiecriteria voor het Arabisch volbloedpaard te hanteren werd een wereldorganisatie opgericht: World Arabian Horse Organization (WAHO). Momenteel zijn er wereldwijd 61 stamboekorganisaties bij deze vereniging aangesloten die de internationale regels van WAHO accepteren.

INVLOED VAN HET ARABISCH VOLBLOEDPAARD OP ANDERE RASSEN

Het Arabisch volbloedpaard is het oudste raszuiver gefokt paard ter wereld.

Van alle rassen heeft het Arabisch volbloedpaard de meeste invloed gehad (en nog steeds) op de fokkerij van paarden over de hele wereld.

Niet alleen van de Engelse volbloed waren de stamvaders Arabische volbloedhengsten uit het Oosten maar bijna elk paardenras of -type, van Brabants Trekpaard tot Shetlandpony, heeft voorouders die Arabisch bloed voeren.

Nu nog steeds is het Arabisch volbloedpaard de rasverbeteraar bij uitstek. De kwaliteiten van het Arabisch volbloedpaard ter verbetering van een ras, zijn onbetwist.

Alle door de Arabische volbloed beïnvloede paardenrassen hebben diens kenmerken en eigenschappen in meerdere of mindere mate overgenomen.

Het Arabisch volbloedpaard is niet weg te denken uit de geschiedenis van de paardenfokkerij.

Meer over dit thema